Het brouwproces begint met het mengen van de grondstoffen in de zogenaamde roerkuip: water dat uitsluitend afkomstig is uit de twee putten diep onder de Abdij, de mout (gekiemde en gedroogde gerst) en tarwezetmeel.
Opdat het zetmeel van het graan zich zou omzetten in vergistbare suikers, wordt de vloeibare massa trapsgewijs op verschillende temperaturen verwarmd.
Deze eerste fase duurt ongeveer 1.30 uur.