Het geklaarde en gefilterde wort gaat daarna in een kooktank waar het één uur lang zal koken.
Op dat moment wordt de hop toegevoegd. Een deel wordt toegevoegd aan het begin van de kookfase en de rest pas daarna opdat het bier een uitgesproken bitterheid en een sterk aroma zou krijgen.
Deze kookfase maakt het wort steriel. En aan dat fenomeen dankt de H. Arnoldus, patroon van de brouwers, zijn "mirakel". Toen de pest om zich heen greep in Vlaanderen (11de eeuw) raadde hij iedereen aan bier te drinken om de plaag te overleven.
Wie zijn raad opvolgde, bleef inderdaad gespaard. Al had dat niets met een mirakel te maken: na de kookfase was het brouwsel immers steriel. Eigenlijk zou gekookt water volstaan hebben… al had dat niet zo'n fraaie legende voortgebracht!